Laat uw hond geen paaseitjes vinden!

Vergiftiging door chocolade bij honden

Theobromine geeft een stimulatie van het centraal zenuwstelsel en de hartspier. Daarnaast geeft het een relaxatie van de gladde spieren (vooral de bronchiale) en een verhoogde diuresis. De dood kan optreden 18 tot 24 uur na het optreden van de ritmestoornissen. Er is geen antidoot. De behandeling is symptomatisch.

Inleiding

Chocolade wordt gemaakt van cacao. Cacao bevat een grote hoeveelheid theobromine. Het is deze stof, die verantwoordelijk is voor de vaak ernstige vergiftigingen bij honden.

Honden eten heel graag chocolade en zo krijgen wij jaarlijks melding van verschillende gevallen van vergiftigingen. De symptomen kunnen zeer ernstig zijn, afhankelijk van de ingenomen hoeveelheid en het soort chocolade.

Toxiciteit

Theobromine behoort tot de groep van de methylxantines. Hiertoe behoren ook cafeïne en theofylline. Deze plantaardige alkaloïden geven een stimulatie van het centraal zenuwstelsel en de hartspier. Daarnaast geven ze een relaxatie van de gladde spieren (vooral de bronchiale) en een verhoogde diuresis.

Theobromine wordt teruggevonden in cacaobonen. Dit zijn de zaden van Theobroma cacao. De chocolade die hieruit gemaakt wordt, bevat al naar gelang de soort, veel of weinig theobromine. Onderstaande tabel geeft de concentratie van theobromine in enkele producten:

Product   Theobromine per gram
Witte chocolade   0,009 mg
Oplos chocolade   0,5 mg
Melk chocolade   1,5 - 2,2 mg
Pure chocolade   4,5 - 16 mg
Cacao poeder   5,3 - 26 mg
Cacao bonen   11 - 43 mg
     

Een dosis van 100 – 250 mg theobromine/kg lichaamsgewicht is een potentiële letale dosis. Voor een hond van 10 kg komt dit overeen met 450 gram melkchocolade of 60 gram pure chocolade!

Theobromine wordt bij honden traag geresorbeerd. Een plasmapiek ziet men na ongeveer 10 uur. Het half-leven bedraagt ongeveer 17.5 uur.

Kliniek

Na 2 – 4 uur:

  • Onrustig
  • Braken
  • Urineverlies
  • Diarree
  • Tachycardie
  • Hyperthermie
  • Polypneu

Enkele uren daarna:

  • Hartritmestoornissen
  • Spierstijfheid
  • Hyperreflexie
  • Ataxie
  • Convulsies
  • Coma

De dood kan optreden 18 tot 24 uur na het optreden van de ritmestoornissen.

Therapie

Er is geen antidoot. De therapie is dus symptomatisch. Indien de inname recent is (< 2 uur) en er geen symptomen zijn, is braken aangewezen. Bv. door apomorphine sc 0.05 – 0.01 mg/kg.
Daarna is herhaald aktieve kool aangewezen: 0.5 g/kg po of via een maagsonde iedere 3 uur gedurende 72 uur.

  • Bij convulsies: diazepam 0.5 – 2 mg/kg IV
  • Frekwente premature ventriculaire contracties: Lidocaïne startdosis : 1–2 mg/kg IV. Daarna : infuus 40–60 µg/kg/minuut
  • Persisterende tachyaritmie: metoprolol 0.1 mg/kg 3 mpd (PS: beter geen propanolol, dit vertraagt de uitscheiding van theobromine)
  • Bradycardie: atropine 0.004 – 0.008 mg/kg im of sc.

Liefst geen corticoïden of erytromycine, dit vertraagt de uitscheiding van theobromine.

Literatuur

  • Raisbeck MF: Methylxantines. In Peterson ME, Talbot PA: Small Animal Toxicology. Philadelphia, WB Saunders , 2001, p 563-570.
  • Osweiler GD: Toxicology. Philadelphia, Williams & Wilkins, 1996, p 307-309.
  • Campbell A and Chapman M: Handbook of Poisoning in Dogs and Cats. Oxford, Blackwell Science, 2000 p 106-110.
  • The Merck Index, 13 ed., 2001, p 1653-1654.

Bron: www.antigifcentrum.be

 

Terug naar overzicht